http://Scheldeexpres

Prinsjesdag 2017 – Het gaat goed met de Nederlandse economie

Wat Prinsjesdag niet vertelt, maar Accon avm wel

Prinsjesdag 2017 – Het gaat goed met de Nederlandse economie

Prinsjesdag 2017

De positieve trend zet door, het gaat goed met de Nederlandse economie. We zien een toename van investeringen, een positief consumentenvertrouwen, een dalende werkloosheid. Nederland profiteert van het verbeterde economisch klimaat van de landen om ons heen.

Wij kunnen ons voorstellen dat u ondanks het positieve geluid vragen heeft, zoals:

  • Welke plannen heeft de regering en wat betekent dat voor mij als ondernemer?
  • Krijgen mijn klanten/consumenten meer te besteden?
  • Betaal ik als ondernemer meer of juist minder belasting?

Een samenvatting van de belangrijkste voorstellen vindt u in dit kennisartikel. Deze informatie is ook beschikbaar als pdf. De plannen zijn minder ambitieus dan voorgaande jaren. We zijn immers in afwachting van een nieuw kabinet.

Haal voordeel uit ondernemerskansen

Daarom vertellen wij u ook wat Prinsjesdag niet vertelt, maar waar u wel mee te maken krijgt. Actuele tips en ondernemerskansen die u nu kunt gebruiken voor uw bedrijfsvoering en fiscaal voordeel. Wacht niet tot 2018, maar kom vandaag nog in actie. Samen pakken we uw kansen!

Deze informatie is ook beschikbaar als pdf. Download Prinsjesdag 2017.

 

Prinsjesdag 2017

1  Tarieven en kortingen in 2018

Ieder jaar worden de heffingskortingen en de tariefschijven in meer of mindere mate aangepast. Ook voor 2018 zijn er beperkte wijzigingen. In onderstaande tabel staat een overzicht van de heffingskortingen en tariefschijven 2017 en 2018.

2  Grondslag en tarieven Box 3

In 2018 verandert de effectieve heffing in Box 3. De rendementspercentages zijn verlaagd van effectief 1,63% en 5,39% naar 1,3% en 5,38%. De vrijstelling van € 25.000 blijft gehandhaafd. Voor 2019 worden de percentages zoals het nu lijkt verlaagd naar 0,89% en 5,33%. tabel Box 3 2018

Wilt u Box 3-heffing voorkomen? Dan zijn er mogelijkheden in de vorm van een Spaargeld bv of een Fonds Gemene Rekening. Vraag ernaar bij uw adviseur.

3  Afschaffing van btw-landbouwregeling, veehandelsregeling en vervallen 6% btw voor diensten aan land- en tuinbouwers, boshouders en veehouders

De kogel is door de kerk. Vanaf 1 januari 2018 worden land- en tuinbouwers, boshouders en veehouders verplicht btw te betalen over al hun goederen en diensten. De afschaffing van de landbouwregeling raakt de land- en tuinbouwers, boshouders en veehouders die nu nog niet geopteerd hebben voor btw-heffing. Zij krijgen een lastenverzwaring. Zo moet een btw-boekhouding worden gevoerd en moet (veelal per kwartaal) btw aangifte worden gedaan. Afhankelijk van de hoogte van de af te dragen btw kan mogelijk de kleine ondernemersregeling worden toegepast en kan aan de Belastingdienst ontheffing van administratieve verplichtingen worden gevraagd.

Let op!
Het begrip land- en tuinbouwers, boshouders en veehouders omvat niet alleen de reguliere agrarische ondernemer maar heeft bijvoorbeeld ook betrekking op contracttelers, contractmesters, vetweiders en opkwekers van gewassen.

Gekoppeld aan de afschaffing van de landbouwregeling geldt:

  • Dat veehandelaren niet meer op grond van de veehandelsregeling kunnen opteren om buiten de btw heffing te blijven;
  • Dat het btw-tarief van 6% voor een aantal producten die vooral aan landbouwers worden geleverd vervalt. Denk hierbij aan diensten door agrarische loonbedrijven, diensten door fokinstellingen en diensten door instellingen voor keuring en onderzoek.

Tegenover de verplichte btw-heffing staat het recht op aftrek van btw en kan voor investeringen die gedaan zijn voor 1 januari 2018 btw teruggevraagd worden volgens de zogenaamde herzieningsregeling. Daarbij kan voor investeringen in onroerende zaken zoals gebouwen, die gedaan zijn in de jaren vanaf 2009 deels btw teruggevraagd worden. Voor roerende zaken zoals een trekker geldt dat voor investeringen vanaf het jaar 2014 deels btw teruggevraagd kan worden. Deze herzienings-btw kan ineens in de eerste btw-aangifte van 2018 teruggevraagd worden. Voor investeringen die op 1 januari 2018 nog niet in gebruik zijn genomen, geldt dat de btw op de investering in de eerste btw-aangifte van 2018 volledig teruggevraagd kan worden. 

Tip: De impact van deze herziening is groot. Raadpleeg uw adviseur om de gevolgen voor u en uw onderneming in kaart te brengen.

4 Btw en herziening kostbare diensten

Indien u uitgaven doet aan investeringsgoederen of onroerende zaken krijgt u te maken met een herzieningstermijn voor de btw. Tot op heden gelden de herzieningsregels met betrekking tot investeringen in onroerende zaken en roerende zaken. Hier komt verandering in. Er is op 18 mei 2017 een voorstel gedaan om de herzieningsregels met ingang van 1 januari 2018 ook toe te gaan passen op kostbare diensten. Dit zal voor menig ondernemer gevolgen meebrengen voor de btw.

Als u een goed levert waarop een herzieningstermijn van toepassing is, dan moet (een deel van de) eerder in aftrek gebrachte btw worden terug betaald aan de Belastingdienst als het goed zonder btw verkocht wordt. Hoe lang de herzieningstermijn duurt is afhankelijk van het soort goed. Voor onroerende zaken loopt de herzieningstermijn vanaf het jaar van ingebruikname tot en met het negende kalenderjaar na het jaar van ingebruikname. Voor roerende zaken loopt de herzieningstermijn vanaf het jaar van ingebruikname tot en met het vierde kalenderjaar na het jaar van ingebruikname. Wanneer zich gedurende deze herzieningsperiode wijzigingen voordoen in de verhouding van de door de ondernemer verrichte btw-belaste en btw-vrijgestelde prestaties, heeft dit gevolgen voor de btw. Ook wanneer gedurende de herzieningstermijn een onroerende zaak zonder heffing van btw wordt verkocht, moet er btw worden herzien.

Volgens het voorstel zal de herziening voor de btw ook gaan gelden voor zogenoemde ‘kostbare’ diensten. Dit zijn diensten waarop u voor de inkomstenbelasting of de vennootschapsbelasting afschrijft. Denk hierbij bijvoorbeeld aan IT-diensten en verbouwingen aan onroerende zaken. Er is geen overgangsregeling. Hierdoor geldt dat de in de jaren 2009 tot en met 2017 uitgevoerde verbouwingen mee worden genomen voor herziening in 2018.

Het is voor u belangrijk uw administratie zo snel mogelijk op een zodanige wijze in te richten, dat de volgende gegevens daaruit makkelijk zijn te achterhalen:

  • informatie over uitgevoerde verbouwingen gedurende de afgelopen 10 jaren;
  • per verbouwing de betaalde btw;
  • per verbouwing de datum van de eerste ingebruikneming;
  • per verbouwing het bij de eerste ingebruikneming afgetrokken deel van de btw ;
  • per verbouwing per 31 december van het jaar van eerste ingebruikneming en per 31 december van de negen daarop volgende kalenderjaren uitgevoerde herzieningsberekeningen, alsmede uit die herzieningsberekeningen voortvloeiende wijzigingen in het bij de eerste ingebruikneming afgetrokken deel van de investerings-btw.

5  Fiscale eenheid voor de vennootschapsbelasting

Hebt u meerdere bv’s? Dan kunt u in aanmerking komen voor een fiscale eenheid. Voor 2018 wordt het tarief in de vennootschapsbelasting voor bv’s voordeliger. Voor de eerste € 250.000 aan winst betaalt u dan maar 20% belasting. Daarboven is het tarief 25%. Vaak wordt een fiscale eenheid verbroken vanwege het belastingtarief. Het kan daarom verstandig zijn om met uw adviseur te bekijken of een fiscale eenheid nog voordelig is. Hebt u geen fiscale eenheid? Ook dan kan een gesprek met uw adviseur zinvol zijn: in bepaalde gevallen kan een fiscale eenheid juist extra voordeel opleveren.

Als u een fiscale eenheid hebt, dan is het belangrijk om afspraken tussen de bv’s hierover schriftelijk vast te leggen. Bij een fiscale eenheid betaalt de holding vaak de vennootschapsbelasting. Maar mag zij dit ook terugvragen van de andere bv’s in de fiscale eenheid? En als een bv failliet gaat, moet de holding dit bedrag dan terugbetalen? Een overeenkomst waarin de afspraken vastliggen, voorkomt problemen. Vraag uw adviseur of jurist van acconavm om meer informatie hierover.

6  Geneesmiddelen en btw

In november 2016 oordeelde de Hoge raad dat zonnebrandcrème met UVA- of UVB-filter en natriumfluoridehoudende tandpasta als geneesmiddel belast zijn met 6% btw in plaats van 21% btw. Door de aanscherping van de definitie van het begrip geneesmiddel wordt dit per 1 januari 2018 teruggedraaid. Voortaan wordt als extra voorwaarde gesteld dat het College ter Beoordeling van Geneesmiddelen of het Europese Geneesmiddelenbureau een handelsvergunning moet hebben afgegeven voor een geneesmiddel of dat het middel hiervan expliciet is vrijgesteld.

7  Het huwelijk vanaf 2018

Wetsvoorstel schenk- en erfbelasting

Dit wetsvoorstel bevat spelregels over de heffing van schenkbelasting bij echtgenoten en samenwoners. Bij het aangaan van een huwelijk is in beginsel geen heffing van schenkbelasting aan de orde. In de wet wordt aangegeven in welke gevallen het aangaan of wijzigen van huwelijkse voorwaarden een schenking inhoudt. De hoofdregel wordt dat zowel het aangaan van huwelijkse voorwaarden als het wijzigen van huwelijkse voorwaarden tijdens het huwelijk slechts tot heffing van schenkbelasting leidt voor zover het aandeel van de minstvermogende in het totale vermogen hoger wordt dan 50% of het aandeel van de meestvermogende in het totale vermogen toeneemt. Wat onder het begrip vermogen valt, verschilt per situatie. Gebruikt u het huwelijk alleen maar om fiscaal voordeel te behalen, dan is ook schenkbelasting verschuldigd. Ongehuwd samenwonenden met een samenlevingscontract krijgen met dezelfde regels te maken. Voor de erfbelasting worden er vergelijkbare regels ingevoerd.

Wetsvoorstel beperkte gemeenschap van goederen

Een beperkte gemeenschap van goederen is de nieuwe standaard voor het huwelijksvermogensrecht vanaf 1 januari 2018. Alleen het vermogen dat beide echtgenoten gedurende het huwelijk hebben opgebouwd, zal standaard in de gemeenschap vallen. Het voorhuwelijks vermogen, giften en erfenissen blijven voortaan privévermogen op grond van het nieuwe wettelijke stelsel. Voorhuwelijkse schulden blijven privéschulden.

Als u van het nieuwe wettelijke huwelijksregime wilt afwijken, kunt u huwelijkse voorwaarden opmaken. Er kan dus altijd een regeling overeengekomen worden die past bij uw specifieke wensen en situatie.

Tip: U kunt met huwelijkse voorwaarden (of een samenlevingscontract) vaak belasting besparen, maar er dus ook ongewenst mee geconfronteerd worden. Wij adviseren u graag.

8  Aanslagtermijnen voor de schenkbelasting

Ontvangt u een schenking? Dan moet uw aangifte bij de Belastingdienst binnen zijn vóór 1 maart van het jaar dat volgt op het jaar waarin u de schenking kreeg.

Krijgt u in 2017 een schenking? Dan moet uw aangifte dus voor 1 maart 2018 binnen zijn. Verwacht u dat u in 1 jaar meer schenkingen ontvangt? Dan mag u zelf kiezen of u voor alle schenkingen afzonderlijk aangifte doet dan wel alle schenkingen bij elkaar optelt en één keer aangifte doet.

In de praktijk is er in bepaalde gevallen onduidelijkheid rondom de ingang van aanslagtermijnen binnen de schenkbelasting. Om de regeling nader in overeenstemming te brengen met de bedoeling van de wetgever wordt voorgesteld om expliciet in de wettekst op te nemen dat de aanslagtermijnen voor de schenkbelasting voortaan na de dag van het doen van aangifte ingaan wanneer meer dan vier maanden na afloop van het kalenderjaar waarin de schenking heeft plaatsgevonden, aangifte van die schenking wordt gedaan. Anders gezegd: bij aangiften die binnen komen voor 1 mei van het jaar volgende op de schenking gaat de termijn lopen op het tijdstip van de schenking, bij aangiften die binnenkomen op of na 1 mei van dat jaar gaat de termijn lopen de dag na binnenkomst van de aangifte.

Tip: Als u van plan bent een schenking te doen raadpleeg dan altijd uw adviseur om afstemming te zoeken binnen de complexe regelgeving van de schenkbelasting.  

9  Algemene wet inkomensafhankelijke regelingen

Op grond van een uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State komt er een wijziging in het toepassen van het begrip toetsingsinkomen. De in het verleden afgeschafte zogenaamde 10% regeling wordt weer ingevoerd. De regeling houdt in dat belastingplichtige een verzoek bij de Belastingdienst/Toeslagen kan indienen om bij berekening van het toetsingsinkomen van de voormalige partner of medebewoner de inkomensstijging na diens vertrek deels buiten beschouwing te laten. De regeling kan alleen worden toegepast als dit tot gevolg heeft dat het toetsingsinkomen minstens 10% lager wordt.

10  Nog steeds fiscaal vriendelijke schenken aan culturele instellingen

Wilt u schenken aan een culturele instelling? De Belastingdienst betaalt mee. De bestaande regeling wordt met een jaar verlengd. Vraag uw adviseur naar de voorwaarden.

11  Kapitaalverzekeringen

 Vanaf nu kunt u onder voorwaarden kapitaalverzekeringen fiscaal onbelast verzilveren.

Met ingang van 1 april 2017 zijn de zogenaamde tijdklemmen voor Brede Herwaardering Kapitaalverzekeringen vervallen. Een van de voorwaarden om de vrijstelling te kunnen benutten was dat tenminste 15 of 20 jaar premie was voldaan. Als de looptijd nog niet is volgemaakt, is het nu mogelijk het gespaarde bedrag fiscaal vriendelijk aan te wenden voor de aflossing op de hypotheek.

12  Heffingskorting kwalificerende buitenlandse belastingplichtige

Buitenlands belastingplichtigen die 90% of meer van hun inkomen verdienen in Nederland hebben onder voorwaarde recht op dezelfde belastingvoordelen als binnenlands belastingplichtigen. Zij kunnen onder andere gebruik maken van alle heffingskortingen. Buitenlandse belastingplichtigen die niet aan de voorwaarden voldoen voor deze regeling hebben recht op minder of soms zelfs geen heffingskorting. Omdat een werkgever niet altijd kan achterhalen of een werknemer een ‘kwalificerende’ buitenlandse belastingplichtige is, hoeft de werkgever vanaf 1 januari 2018 bij de verloning geen rekening te houden met deze regeling. Dit kan voor veel buitenlandse belastingplichtigen die wel aan de voorwaarden voldoen, betekenen dat zij vanaf januari 2018 een lager netto loon op hun bankrekening krijgen gestort. Zij kunnen de misgelopen heffingskorting alsnog ontvangen zodra hun aangifte Inkomstenbelasting is goedgekeurd door de Belastingdienst. Wilt u niet wachten totdat uw aangifte Inkomstenbelasting is goedgekeurd? Neem dan contact op met uw adviseur om te kijken of de heffingskorting ook eerder aan u kan worden uitbetaald.

13 Invoering loonkostenvoordeel (Wet tegemoetkomingen loondomein)

Per 2018 wordt het loonkostenvoordeel ingevoerd voor werkgevers. Deze regeling is van toepassing bij onder andere oudere werknemers en arbeidsongeschikte werknemers. Samen met het lage inkomensvoordeel (LIV), dat al per 2017 is ingevoerd, is het loonkostenvoordeel (LKV) onderdeel van de Wet tegemoetkomingen loondomein. Het loonkostenvoordeel vervangt grotendeels het systeem van premiekortingen. Uw loonaangifte zal worden gebruikt om te bepalen welke werknemers in aanmerking komen voor het LKV. Hierbij moet u actief aangeven of voor een werknemer het LKV van toepassing is en u dient de betreffende doelgroepverklaring bij de administratie te bewaren. Achteraf zal het UWV op basis van de polisadministratie en de ingediende loonaangifte het recht op en de hoogte van het LKV voor uw organisatie vaststellen.

14  Loonkostennadeel

In het wetsvoorstel Overige fiscale maatregelen 2018 staat een aanpassing met betrekking tot de pseudo-eindheffing over excessieve vertrekvergoedingen en constructies met voorwaardelijke aandelenoptierechten.  Of sprake is van een excessieve vertrekvergoeding wordt vastgesteld op basis van een rekenregel.  Op deze rekenregel geldt een uitzondering voor bepaalde aandelenoptierechten die zijn verkregen vóór het kalenderjaar voorafgaande aan het kalenderjaar waarin de dienstbetrekking met de werknemer is beëindigd.

Een uitspraak van de Hoge Raad in 2016 gaf aan dat deze uitzondering ruim moet worden uitgelegd, waardoor een eindheffing in dit kader kon worden voorkomen. De voorgestelde wetswijziging moet deze ontsnappingsmogelijkheid opheffen.

15 Reparatiewetgeving vennootschapsbelasting

In het Belastingplan zijn enkele voorstellen opgenomen voor reparatiewetgeving. Het betreft de toepassing van de renteaftrekbeperking gericht op het tegengaan van winstdrainage en de voorkoming van dubbele verliesneming bij vorderingen binnen concern. Wilt u hier meer over weten? Neem dan contact op met uw belastingadviseur.

Wat acconavm u vertelt

 1  Wat staat niet in het Belastingplan 2018?

Het Belastingplan 2018 bevat een aantal wetswijzigingen ter voorkoming van belastingontwijking. Het spiegelbeeld van belastingontwijking is dubbele heffing. In het Belastingplan 2018 is hierover niets opgenomen terwijl er een aantal duidelijke situaties waarbij dubbele heffing op treedt wel bekend zijn bij het Ministerie van Financiën. Na jaren van forse lastenverhoging bevat het plan geen belastingverlaging; dit wordt overgelaten aan een nieuw kabinet. Opvallend is dat de hoogste schijf van de Loon- en Inkomstenbelasting beperkt wordt verlaagd maar dat de 2e en 3e schijf zelfs iets worden verhoogd.

In het Belastingplan 2018 wordt met geen woord gerept over de hypotheekrente. Wel wordt in de Miljoenennota aangegeven dat de aftrekpost als gevolg van de rentedalingen in de afgelopen vijf jaren met 30% is gedaald. We verwachten dat een nieuw kabinet aan de slag gaat met een verdere aftrekbeperking als onderdeel van de belastingherziening.

2  Pensioen – Maak dit jaar van de hoge korting gebruik

Na jaren van grote wijzigingen van de pensioenregels, komt de wetgeving nu tot rust. De komende tijd blijft de uitfasering van het pensioen in eigen beheer nog een belangrijk item. Voor wat betreft de afkoop geldt dat u alleen nog dit jaar van de hoge korting gebruik kunt maken.

Daarnaast is het belangrijk uw pensioenregeling te controleren of actie nodig is op de verhoging van de pensioenrichtleeftijd naar 68 jaar. Vraag uw acconavm adviseur om meer informatie.  

3  OESO: landenrapport, groepsdossier en lokaal dossier

Per 1 januari 2016 is een nieuwe wet in werking getreden die multinationale groepen verplicht om diverse documentatie op te nemen ter onderbouwing van de aangifte Vennootschapsbelasting in Nederland. Inmiddels worden de aangiften Vennootschapsbelasting over 2016 volop ingediend, dus willen wij u graag nogmaals wijzen op de gewijzigde documentatieverplichtingen.

Landenrapport en notificatieplicht
Elke multinationale groep met een wereldwijde geconsolideerde omzet van € 750 miljoen dient een groepsentiteit aan te wijzen die namens de groep een zogeheten ‘landenrapport’ opstelt. Het landenrapport kan zowel door de uiteindelijke moederentiteit worden opgesteld als door een speciaal daarvoor aangewezen groepsentiteit. Vervolgens dient elke groepsentiteit afzonderlijk een melding te doen waarin wordt vastgelegd welke entiteit namens de groep het landenrapport opstelt. Op deze wijze kan de Belastingdienst het landenrapport opvragen bij de desbetreffende groepsentiteit. Dit wordt ook wel de notificatieplicht genoemd.

Let op! De notificatie dient voor het einde van het boekjaar van de uiteindelijke moederentiteit gedaan te worden. In veel gevallen zal de notificatie over 2017 dan ook voor 31 december 2017 moeten worden ingediend.

Groepsdossier en lokaal dossier
Voor alle groepsentiteiten waarvan de groep wereldwijd een geconsolideerde omzet meer dan € 50 miljoen bedraagt is het daarnaast verplicht om een zogeheten groepsdossier en lokaal dossier in de administratie op te nemen.

In het groepsdossier staat informatie over de organisatiestructuur, een beschrijving van de bedrijfsactiviteiten, informatie over de aanwezigheid van immateriële vaste activa binnen de groep en de financiële/fiscale positie van de groep.

In het lokale dossier wordt ingegaan op de exacte activiteiten van de specifieke groepsentiteit, de gelieerde transacties met andere groepsentiteiten en de financiële positie van de groepsentiteit.

Het groepsdossier en het lokale dossier mogen zowel in het Nederlands als Engels opgesteld worden. Uiteraard zal het groepsdossier gebruikt kunnen worden voor meerdere groepsentiteiten Het groepsdossier en lokale dossier dienen uiterlijk bij het indienen van de aangifte Vennootschapsbelasting over 2016 te zijn opgenomen in de administratie. Indien de aangifte Vennootschapsbelasting 2016 nog niet is ingediend betekent dit dat u nog tot uiterlijk 1 mei 2018 heeft om de dossiers op te stellen. Wanneer de aangifte Vennootschapsbelasting 2016 reeds is ingediend adviseren wij u om zo spoedig mogelijk deze dossiers alsnog op te stellen.

Vragen hierover kunt u stellen aan uw accountmanager of onze adviseurs internationaal via international@acconavm.nl.

4  Zonneparken

Het rendement en de afkeer van fossiele brandstof zorgen in Nederland voor vraag naar ruimte voor windmolens en zonnepanelen (of zonneparken). Ook de inzet van weilanden om aan de ruimte-vraag te voldoen wordt bekeken. Steeds vaker worden agrariërs door externe partijen benaderd voor het bouwen van zonneparken op een gedeelte van hun landbouwareaal. Bij de beslissing om hier wel of niet op in te gaan spelen allerlei aspecten een rol: juridische, bedrijfseconomische en fiscale aspecten. Wij hebben de ervaring dat de contracten niet altijd passend zijn voor de agrariërs. Bovendien bestaat het risico op het niet (langer) van toepassing zijn van de fiscaal gunstige bedrijfsopvolgingsfaciliteiten. Laat u dus goed adviseren omtrent de inhoud van deze contracten. Wenst u uw onderneming over te dragen met gebruikmaking van de bedrijfsopvolgingsfaciliteiten of heeft u hiervan in het verleden reeds gebruik gemaakt?

Tip: laat u adviseren op juridisch, fiscaal en bedrijfseconomisch gebied voordat u uw handtekening zet!

5  Privacy

Vanaf 25 mei 2018 zal de Algemene verordening gegevensbescherming (AVG) van toepassing zijn. Vanaf deze datum zal in de hele Europese Unie dezelfde privacywetgeving gelden. De Wet bescherming persoonsgegevens (Wbp) geldt vanaf dat moment niet meer. Kort gezegd betekent de AVG dat alle ondernemingen die persoonsgegevens verwerken, meer verplichtingen krijgen en dat zij moeten kunnen aantonen dat zij zich aan de wet houden. De privacyrechten worden hierdoor versterkt en uitgebreid. Een van de verplichtingen kan bijvoorbeeld zijn dat u verplicht bent om een functionaris voor de gegevensbescherming aan te stellen.

Tip: Verwerkt u persoonsgegevens? Let op uw verplichtingen.

6  Calamiteitenplan

Bij calamiteiten weet iedereen meestal wat te doen. Maar wat als er een noodsituatie op bestuurlijk niveau plaatsvindt? Stel bijvoorbeeld dat de bestuurder van een onderneming plotseling wegvalt, door ziekte of overlijden. Het is dan meestal niet meteen duidelijk wat er door wie moet gebeuren.

Dit kan worden voorkomen door een calamiteitenplan op te laten stellen. Hierin wordt dan onder andere vastgelegd wie tekeningsbevoegd wordt, waar de officiële documenten worden bewaard en wat is er geregeld ten aanzien van het vermogen van de onderneming.

Er kan ook worden vastgelegd wat de visie is van de bestuurder van de onderneming en hoe de onderneming moet worden voortgezet. Een calamiteitenplan helpt de mensen die achterblijven om zo snel zorg te dragen voor uw onderneming en daarmee de continuïteit van de onderneming.

Tip: Denk na over de toekomst en maak een calamiteitenplan!

7  De elektrische auto: doet u ook mee?

Tegenwoordig zie je ze veel meer op de Nederlandse wegen: de volledig elektrische auto. Steeds meer automerken produceren deze elektrische auto’s. Voor dit type auto gelden leuke fiscale voordelen. Een elektrische auto betekent een lagere bijtelling (4%), BPM-vrijstelling, MRB-vrijstelling en recht op de milieu-investeringsaftrek. Wij kunnen voor u in kaart brengen welke kortingen u mag toepassen en wat dat voor u in euro’s scheelt. Wellicht is de overstap op elektrisch rijden aantrekkelijker dan u denkt.

8  ZZP-er of loondienst? De Wet DBA

De opschorting van de handhaving van de Wet Deregulering Beoordeling Arbeidsrelaties (DBA) is verlengd tot in ieder geval 1 juli 2018. Dat betekent dat opdrachtgevers en opdrachtnemers tot die tijd geen boetes of naheffingen hoeven te verwachten als achteraf geconstateerd wordt dat er toch sprake is van een dienstbetrekking. Malafide ondernemers worden door de Belastingdienst uiteraard niet ontzien. Het gaat expliciet om gevallen waarin opdrachtgevers opereren in een context van opzet, fraude of zwendel. De zelfstandige professional bij wie er onduidelijkheid is over de gezagsrelatie valt in eerste aanleg buiten het aandachtsgebied. Meer informatie over de Wet DBA en de modelovereenkomsten vindt u op onze website in ons kennisdossier: Van VAR naar DBA.

Meer informatie

Met deze eerste analyse van de Prinsjesdagstukken krijgt u een globaal beeld van de voorgenomen maatregelen. Wellicht roepen deze plannen vragen bij u op. De belastingadviseurs van acconavm adviseren u graag. En nogmaals, wat Prinsjesdag niet vertelt, vertelt uw acconavm adviseur wel.

Via de website www.acconavm.nl en de E-nieuwsbrief houdt acconavm u graag op de hoogte. We benadrukken dat we uit de grote hoeveelheid informatie een keuze hebben moeten maken. Het verhaal is dus een selectie. Voor vragen en/of opmerkingen kunt u vanzelfsprekend contact opnemen met uw acconavm adviseur. U kunt ook een mail sturen naar info@acconavm.nl of bellen naar 026 – 3842384.

Advies nodig rondom dit onderwerp?
Vul het formulier in en wij nemen contact met u op
  • Vul onderstaand formulier in en wij nemen contact met u op.
  • Dit veld is bedoeld voor validatiedoeleinden en moet niet worden gewijzigd.



<< terug naar overzicht