Mestafzet onder druk

Naar een goede verhouding melk-mest.

Mestafzet onder druk

mestafzet onder druk - familie Akkerman

Jan en Annie Akkerman runnen, samen met hun zoon Ype, in St. Jacobiparochie in maatschapsverband op 80 hectare grond een melkveebedrijf met 160 melkkoeien. Met het bedrijf zit het echtpaar op een maximum, want ‘de stal is vol’. Mestafzetproblemen kennen Jan en Annie Akkerman en hun collega boeren in dit deel van Nederland in mindere mate dan collega’s elders in het land.

Na de afschaffing van de melkquotering zijn melkveehouders meer vee gaan aanhouden en meer gaan produceren. De hoeveelheid grond is niet naar rato meegegroeid met de uitbreiding van de veestapel en dus moeten veel veehouders meer mest afvoeren. Dat was voorheen niet zo’n probleem, maar nu de veestapel groeit, kan dat wel degelijk tot problemen leiden. Er ontstaat druk op de mestafzetmarkt. Het aanbod aan mest wordt groter, waardoor de kosten voor mestafzet gaan toenemen. Jan Akkerman: “Wij boeren redelijk intensief en melken per hectare 20.000 liter melk. Wij kunnen daardoor niet alle mest kwijt op het eigen bedrijf, maar in de omgeving zitten veel akkerbouwers die de mest goed kunnen gebruiken. Daarnaast verhuren wij aardappelland. Vóór het poten kunnen wij daar ook mest op kwijt.”

Optimaliseren

Door de derogatie mogen Nederlandse boeren meer aan stikstof opbrengen dan andere Europese landen, vertelt Jan Akkerman: “Wij lopen hier in Nederland ver vooruit op de rest van Europa, in zuivelproductie en in mestverwerking. Wij hebben hier de meest vruchtbare grond van heel Europa. Wij halen er veel meer vanaf dan pakweg Frankrijk of Duitsland. En als je er meer afhaalt, moet je er ook meer opbrengen, anders mergel je de grond uit. Wij streven een hoge productie per koe en een hoge voerproductie per hectare na. In 2016 is ons bedrijf dan ook toegelaten tot de BEP-pilot, waardoor wij op het gebied van fosfaat een evenwichtsbemesting mogen toepassen. Wij kijken heel sterk naar de kilogrammen melk die wij kunnen produceren per kilo fosfaat. De verhouding daartussen moet kloppen. Wij sturen op het produceren van zoveel mogelijk melk met minder stikstof- en fosfaatproductie. Dat doen we door het aanhouden van minder jongvee, het behalen van een langere levensduur van de koeien, een hoge maar duurzame productie per koe en door vooraf middels het aan te kopen voer te sturen op de stikstof- en fosfaatproductie, oftewel het behalen van een positief BEX-resultaat. Hierdoor reduceren wij de hoeveelheid af te voeren mest en kunnen wij in de toekomst, binnen onze nog toe te kennen fosfaatrechten, meer melk produceren.”

‘Beter sturen op mestafzet’

Agrarisch adviseur acconavm Harmen Westra

De druk op de mestafzetmarkt neemt toe. Dat moeten we niet dramatiseren, vindt Harmen Westra, “maar wacht de ontwikkeling niet af, speel er op in. Met een prognose bijvoorbeeld. Hoeveel mest moet ik afvoeren? Hoe moet ik dat verwerken? Hoe kan ik daarin sturen? Door de goede grond en de efficiënte bewerking kunnen wij per hectare meer mest kwijt dan andere landen. Daarvoor gaan we nu nog uit van vaste normen, maar in de toekomst hopen we te werken met een stelsel, gebaseerd op opbrengstbehoeftig bemesten, de KringloopWijzer. Binnen de standaardnormen is er de mogelijkheid om mee te doen met Bedrijfsspecifieke Excretie, de BEX. Daarin komt de nadruk steeds meer te liggen op een prognose aan het begin van het jaar. Zo heb je op voorhand een beter beeld van wat je kunt verwachten. Daardoor kun je beter sturen en dat is wel zo handig.”

Ook sturen op mestafzet?

Ook sturen op mestafzet? Neem contact op met uw accountmanager, kijk op de contactpagina voor een kantoor bij u in de buurt of maak gebruik van onderstaand contactformulier.

Advies nodig rondom dit onderwerp?
Vul het formulier in en wij nemen contact met u op
  • Vul onderstaand formulier in en wij nemen contact met u op.
  • Dit veld is bedoeld voor validatiedoeleinden en moet niet worden gewijzigd.



<< terug naar overzicht