Fosfaatrechten of broeikasgasrechten?

Broeikasgassen

1 april 2015, ‘bevrijdingsdag’ voor de melkveehouderij. Helaas was dit gevoel van vrijheid maar van korte duur. In de afgelopen periode is er een wirwar aan regelgeving op u afgekomen. Het woord fosfaat is vaak gevallen en in de media verschenen. Maar hoe zit het eigenlijk met broeikasgassen?

Broeikasgassen

De Nederlandse landbouw heeft te maken met emissie van de broeikasgassen: kooldioxide (CO2), methaan (CH4) en lachgas (N2O). CO2 komt vooral vrij door verbruik van energie (gas, elektriciteit en diesel). Opgeslagen mest en de productie door rundvee zijn de belangrijkste bronnen van methaan. Lachgas komt vooral vrij uit de bodem bij bemesting. Methaan en lachgas worden weliswaar in veel kleinere hoeveelheden uitgestoten dan CO2, maar hebben een sterker effect: methaan is 21 keer sterker; lachgas 310 keer.

Broeikasgassen in de melkveehouderij

De Nederlandse landbouwsector draagt voor ongeveer tien procent bij aan de uitstoot van alle broeikasgassen in Nederland. De melkveehouderij heeft hierin verreweg het grootste aandeel. Het innovatie- en actieprogramma schone en zuinige agrosectoren is gericht op een reductie van 25% van broeikasgasemissies in 2020 ten opzichte van 1990. Door maatregelen als mestbeleid, melkquotum en een efficiëntieslag is de uitstoot sterk gereduceerd. Met de uitbreiding van de veestapel is sinds 2007 de uitstoot weer gegroeid, zelfs met 4% ten opzichte van 1990.

Reductiemaatregelen

De melkveehouderij speelt een belangrijke rol in het verder terugdringen van de uitstoot van methaan en lachgas. Eén van de afspraken in het Convenant schone en zuinige agrosectoren is een reductie van tenminste 5 % methaanemissie per melkkoe in 2020 (t.o.v. 2007) door inzet op rantsoenoptimalisatie die rekening houdt met de emissie van methaan en door het gebruik van additionele voederadditieven. Door mestscheiding is er minder kunstmest nodig en kan een reductie van de methaanemissie vanuit de mestopslag gerealiseerd worden. Ontwikkelingen in het kader van precisielandbouw kunnen daarnaast de emissie uit mest, kunstmest en gewasbeschermingsmiddelen verminderen.

Met welke reductiemaatregelen kunt u zelf aan de slag?

  1. Dierduurzaamheid: levensduur veestapel.
  2. Kringloopbenadering: eigen voer en eigen mest beter benutten waardoor krachtvoeraankoop daalt.
  3. Het in stand houden van goed (blijvend) grasland.

Groei van de melkveehouderij betreft niet alleen fosfaat, het is veel omvangrijker! Wat kunt u doen om uzelf en de sector hierin te helpen? De adviseurs van acconavm denken graag met u mee. Neem hiervoor contact op met uw adviseur of stel uw vraag via onderstaand contactformulier.

Advies nodig rondom dit onderwerp?
Vul het formulier in en wij nemen contact met u op
  • Vul onderstaand formulier in en wij nemen contact met u op.
  • Dit veld is bedoeld voor validatiedoeleinden en moet niet worden gewijzigd.



<< terug naar overzicht