De fosfaatrechtenproblematiek – een update

fosfaatrechtenproblematiek

Op 7 januari jl. deed het College van Beroep voor het bedrijfsleven (CBb) uitspraak in zeven fosfaatzaken. Slechts in één geval ging zij overstag. Zit u nu nog in een bezwaar- of beroepsprocedure? Dan is het goed kennis te nemen van hoe de diverse rechterlijke instanties tot hun uitspraak komen in de fosfaatrechtenproblematiek. In ieder geval is het belangrijk dat u aantoont dat uw situatie in belangrijke mate verschilt van die van andere veehouders en dat u onevenredig zwaar getroffen wordt door het fosfaatrechtenstelsel. We nemen u even mee terug in de tijd. Wat zijn uw opties?

Het fosfaatrechtenstelsel

De kern van deze regeling is het toekennen van fosfaatrechten aan melkveehouders op basis van hun veestapel op 2 juli 2015. Dit leidt echter tot situaties waarin veehouders door bijzondere omstandigheden gedupeerd worden. De regeling voorziet daarom in toekenning van extra rechten in geval van zogenoemde knelgevallen, waardoor de veehouder op 2 juli 2015 minder dieren had. De volgende knelgevallen zijn in de wet opgenomen:

  • ziekte of overlijden van een veehouder of een naaste;
  • diergezondheidsproblemen;
  • vernieling van de stallen;
  • bouwwerkzaamheden aan de stallen.

Er zijn ook wel andere situaties te bedenken, maar dan moet een beroep worden gedaan op de individuele disproportionele last, zoals hierna wordt besproken.

In 2017 was het Fosfaatreductieplan van toepassing als een soort tussenstap en de opmaat naar het fosfaatrechtenstelsel, dat vanaf 1 januari 2018 in werking is getreden.

Er zijn twee manieren van sanctionering op basis van het fosfaatrechtenstelsel: op grond van de Wet op economische delicten (strafrechtelijk) en bestuursrechtelijk (boetes per kilo fosfaat boven de limiet).

Eerste procedures

Al vrij snel na de invoering werden de eerste procedures gestart. Het belangrijkste argument van de veehouders is telkens dat het stelsel leidt tot een onrechtmatige inbreuk op het eigendomsrecht. Eén van de onderdelen voor onrechtmatige inbreuk op een eigendomsrecht is de vraag of er een fair balance is tussen de inbreuk en het algemeen belang. Het gaat in de procedures vooral om deze fair balance, waarbij twee criteria een grote rol spelen. De voorzienbaarheid van de regeling en de zogenoemde individuele disproportionele last (IDL). Aanvankelijk was de uitkomst gunstig. In een civiele procedure oordeelde de rechtbank Den Haag over het fosfaatreductieplan dat dit niet te voorzien was. In de daaropvolgende beroepsprocedure oordeelde het Hof anders: Professionele veehouders moesten bekend zijn met de mestproblematiek en het derogatieplafond en dus waren de maatregelen volgens het Hof te voorzien.

Uitspraken van het CBb

Op 21 augustus 2018 kwam het CBb met een serie uitspraken. Over de voorzienbaarheid oordeelde zij op een gelijksoortige wijze als het Hof in Den Haag. Een lichtpuntje in deze uitspraken is dat het CBb aangeeft dat de minister en de RVO duidelijk moeten aangeven waarom in een geval geen sprake is van een disproportionele last en dat de gevolgen voor de continuïteit wel degelijk een rol kunnen spelen bij de afweging of er een disproportionele last is.

In een volgende serie van uitspraken op 17 oktober 2018 gaf het CBb nog wat meer duidelijkheid over wanneer nu sprake is van een individuele disproportionele last. De volgende kenmerken zijn daarbij van belang:

  1. De situatie wijkt (op 2 juli 2015) door bijzondere omstandigheden af van die van andere veehouders. Bijzondere omstandigheden zijn bijvoorbeeld: de omschakeling van varkens naar melkvee en een zeer zware financiële last.
  2. De veehouder toont de financiële gevolgen aan door vergelijking van de huidige situatie met een uitgewerkt scenario van de situatie dat er geen fosfaatrechtenstelsel zou zijn. Zo een scenario kan bijvoorbeeld uitgewerkt worden in samenwerking met een accountant of een bank.
  3. Er moet worden gekeken naar alle omstandigheden van het geval. Dus een individuele disproportionele last kan eruit bestaan dat een veehouder te maken heeft met een bijzonder zware financiële last, maar het kan ook gaan om een combinatie van factoren. Ook enkele algemene omstandigheden moeten worden meegewogen, zoals dat er geen overgangsrecht is, dat het aantal knelgevallen beperkt is en dat onbeperkte groei niet mogelijk is.

Uitspraken van het CBb op 9 januari 2019

In een nieuwe serie van uitspraken is het CBb wat meer ingegaan op de omstandigheden die een rol spelen bij het oordeel of sprake is van een disproportionele last. Het gaat telkens om zeer korte uitspraken, met weinig toelichting en regelmatig onbegrijpelijke afwegingen. Hoewel de uitspraken niet veel duidelijkheid hebben verschaft, kunnen met betrekking tot het bestaan van een individuele disproportionele last wel enkele richtpunten worden opgesteld:

  1. Of de continuïteit van de onderneming in gevaar is, is niet allesbepalend, maar wel een zwaarwegende factor.
  2. Hoe verder terug de investeringsbeslissing ligt, hoe groter de kans op een oordeel dat er een bijzondere disproportionele last is. Zo zijn gevallen met investeringsbeslissingen in 2015 nagenoeg kansloos.
  3. De hoogte van de schade speelt geen grote rol.
  4. Wel is de vermogenspositie relevant. Het College ging vreemd genoeg mee met het argument van de minister dat een deel van het verlies gecompenseerd kan worden met een aanwezig groot eigen vermogen.
  5. Alle vergunningen moeten op 2 juli 2015 beschikbaar zijn geweest. Dat voor deze datum een aanvraag is ingediend, is dus niet voldoende.
  6. Er moet alleen worden gekeken naar de positie van de melkveehouder en niet naar diens opvolgers.

Praktische zaken en het vervolgtraject

Zit u nu nog in een bezwaar- of beroepsprocedure? Dan is het in ieder geval belangrijk dat u aantoont dat uw situatie in belangrijke mate verschilt van die van andere veehouders en dat u onevenredig zwaar getroffen wordt door het fosfaatrechtenstelsel.

Verder staat de gang naar het Europees Hof voor de Rechten van de Mens nog open. Daarvoor dienen wel eerst alle nationale rechtsmiddelen te zijn uitgeput. Het belangrijkste voordeel is dat een andere instantie met een frisse blik de zaak kan gaan beoordelen. Zeker met een gezamenlijk verzoek is deze rechtsgang de moeite waard.

Verder is het van belang te weten dat de RVO en de NVWA vanaf heden strenger gaan controleren en handhaven. Zij zullen daarbij terugkijken tot en met 1 januari 2018. Ondernemers kunnen daarbij te maken krijgen met boetes, maar ook een strafblad en gevangenisstraffen behoren tot de mogelijkheden binnen de strafrechtelijke procedures. Wel houden de instanties rekening met openstaande bezwaar- en beroepsprocedures.

acconavm brengt u graag verder

Wij kunnen u bijvoorbeeld helpen bij het uitwerken van het scenario in de situatie dat er geen fosfaatrechtenstelsel zou zijn en u zo ondersteunen bij uw bezwaar. Maar we kunnen u ook bijstaan gedurende de gehele bezwaarprocedure. Ook voor ander vragen met betrekking tot de fosfaatrechten kunt u bij ons terecht. Hebt u bijvoorbeeld geen fosfaatrechten toegewezen gekregen? Wij kunnen uw situatie beoordelen en, indien van toepassing, u helpen bij het alsnog verkrijgen van de fosfaatrechten. Neem contact op met uw acconavm adviseur of maak gebruik van onderstaand adviesformulier.

Advies nodig rondom dit onderwerp?
Vul het formulier in en wij nemen contact met u op
  • Vul onderstaand formulier in en wij nemen contact met u op.
  • Dit veld is bedoeld voor validatiedoeleinden en moet niet worden gewijzigd.



<< terug naar overzicht